Mestonderzoek of wormeitelling of beter gezegd de EPG uitslag, geeft zeer bruikbare informatie
over uw paard! De meest praktische toepassing is om te bepalen of uw paard
nu wel of niet ontwormd moet worden.
Want
wist U dat:
Onderzoek
in Engeland, Denemarken, maar ook in Nederland, heeft aangetoond
dat zeer veel paarden ontwormingsmiddelen krijgen toegediend, terwijl
ze die op dat moment niet nodig hadden.
Paarden
en het milieu onnodig belast worden door het gebruik van al die
ontwormingsmiddelen (nog los van het feit dat het zonde van het
geld en de moeite is).
Vaak
ontwormen de ontwikkeling van wormresistentie (d.w.z. de worm wordt
ongevoelig voor het ontwormingsmiddel) versneld en dat ook in Nederland
wormresistentie veel voorkomt. En dat wij daar met zijn allen wat
aan moeten/kunnen doen? En wel door alleen te ontwormen als het
echt nodig is
Andere
veel gebruikte toepassingen van wormeitellingen:
Door
in het eerste jaar driemaal een EPG te bepalen, in combinatie met maatregelen
die de infectiedruk verlagen (bijvoorbeeld weidemanagement),
kan een evenwichtig wormbestrijdingsprogamma worden ontwikkelt waarin
ontwormingsmiddelen een ondergeschikte rol spelen.
Het
identificeren van zogenaamde ‘uitscheiders’
Uitscheiders
zijn paarden die weinig of geen weerstand opbouwen tegen wormen en veel
wormeieren uitscheiden. Deze dieren besmetten het weiland/omgeving met
grote aantallen wormeitjes. Om deze weidebesmetting tegen te gaan, maar
ook om te voorkomen dat deze dieren schade oplopen door maagdarmwormen,
moeten deze dieren regelmatig ontwormd worden. Uitscheiders vormen altijd
een minderheid binnen de totale groep paarden, maar het is van groot belang
om te weten welke dieren het zijn.
Bepalen
of er sprake is wormresistentie bij uw paarden
Ook
in Nederland is wormresistentie een groeiend probleem. Wormresistentie houdt in dat de wormen niet
meer gevoelig zijn voor (bepaalde) ontwormingsmiddelen. We kennen
dit ook bij andere medicijnen, denk bijvoorbeeld aan antibiotica.
Met de WERTkan bepaald
worden of er sprake is van wormresistentie bij uw paard. Om tot
een verantwoorde conclusie te komen adviseren wij om zoveel mogelijk
van de aanwezige paarden te bemonsteren. VPL ‘Het Woud’ voert deze
test alleen na overleg uit.
Onderzoek
van nieuw aangevoerde paarden
Om
onze eigen paarden te beschermen tegen nieuwe infecties is het belangrijk
dat nieuw aangevoerde paarden geen wormeitjes uitscheiden bij aankomst.
Nog belangrijker is om te weten of de nieuwe dieren eventueel resistente
wormen bij zich dragen.
Nog
niet behandeld bij aanvoer Indien
het paard voor aanvoer bij u thuis nog niet ontwormd is adviseren
wij om zo mogelijk de worm ei reductie test (WERT)
uit te voeren. Daartoe stuurt u eerst een mestmonster in.
Aan de hand van de uitslag krijgt u een wormbestrijdings advies,
en tevens kan VPL 'Het Woud' nu bepalen of een WERT nu mogelijk
is. Totdat de uitslag van de WERT bekend is moet contact tussen
de mest van het nieuwe paard en uw eigen dieren worden voorkomen.
Reeds
behandeld bij aanvoer Als het paard
al een ontwormingskuur heeft gekregen voor aanvoer bij u thuis,
is het van belang te achterhalen wanneer en met welk middel het
dier is behandeld. Wij adviseren om onderwijl het dier apart te
houden van de rest. Afhankelijk van het soort ontwormingskuur, en
het tijdstip waarop deze is gegeven adviseren wij om een mestmonster
in te sturen om te beoordelen of de toegediende ontwormingskuur
voldoende effectief is geweest. Neem hiervoor even contactmet ons op.
Vaststellen
van behandelingsintervallen voor de gebruikte middelen.
Een
behandelingsinterval is de tijd tussen de behandeling (het ontwormen)
en het opnieuw verschijnen van wormeitjes in de mest. Een behandelingsinterval
wordt meestal door de fabrikant aangegeven op de bijsluiter; als de periode
waarna een herhalingsbehandeling gegeven zou moeten worden met het zelfde
middel. Dit interval is ondermeer een afspiegeling van de effectiviteit
en werkingsduur van een middel, en verschilt tussen de 3
groepen ontwormingsmiddelen. Voor pyrantel, fenbendazole, ivermectine
en moxidectine worden respectievelijk 6, 6, 8 en 12 weken als interval
voor een herhalingsbehandeling opgegeven.
Deze
intervallen worden bepaald onder experimentele omstandigheden, waarbij
dieren kunstmatig worden besmet en zijn geen afspiegeling van de natuurlijke
omstandigheden bij u thuis. Het herverschijnen van wormeitjes is sterk
afhankelijk van het besmettingsniveau op het bedrijf/op stal; hoe minder
wormenlarven in de omgeving hoe langer deze periode kan zijn. Behandelingsintervallen
van één en hetzelfde middel kunnen daarom sterk verschillen tussen paarden
en bedrijven! De behandelingsintervallen zoals aangegeven op de bijsluiter
zijn dus eigenlijk minimum behandelingsintervallen. Voor moxidectine is
bijvoorbeeld onder Nederlandse omstandigheden een behandelingsinterval
van 23 weken gevonden. Een wormeitelling helpt u om het juiste behandelingsinterval
voor uw paard te bepalen. Indien u interesse heeft het optimale behandelingsinterval
voor de omstandigheden bij u thuis te bepalen adviseert VPL 'Het Woud
om afhankelijk van het gebruikte ontwormingsmiddel, een mestmonster in
te sturen 6 (pyrantel, fenbendazole), 8 (ivermectine) of 12 weken (moxidectine)
na behandeling. Indien het mestonderzoek negatief verloopt is het zaak om het mestonderzoek een maand later te herhalen.