| Wormresistentie bij schapen |
| |
| Wat is resistentie? |
Wormresistentie houdt in dat wormen niet meer gevoelig zijn voor bepaalde
ontwormingsmiddelen. Wormresistentie is een erfelijke eigenschap van een worm, en wordt dus doorgegeven aan de nakomelingen. Resistentie is een probleem dat
zich overal voordoet waar schapen worden gehouden. Er wordt gesproken
over resistentie als een ontwormingsmiddel minder dan 95% van de aanwezige
wormen van een wormensoort doodt.
In Zuid-Afrika is op een flink aantal bedrijven de wormresistentie
tegen alle bekende wormmiddelen inmiddels zo wijd verspreid dat schapenhouderij onmogelijk is geworden.
In Schotland zijn er recent Teladorsagia wormen gevonden
die resistent zijn tegen ontwormingsmiddelen uit alle drie de groepen. Deze worm is dus
feitelijk niet meer te bestrijden met ontwormingsmiddelen. Een scenario
dat wij in Nederland niet willen, maar dan moeten we wel nu maatregelen
nemen! |
| |
| Resistentie
in Nederland |
In
Nederland is er resistentie van Teladorsagia, Trichostrongylus en Haemonchus tegen de groep 1 producten (benzimidazoles). Onlangs is er ook resistentie gevonden van Trichostrongylus wormen
tegen groep 2 producten (ivermectines). In o.a.Noord-Holland bestaat er
resistentie van leverbot tegen triclabendazole (o.a. Tribex®,
Fasinex®). |
| |
| Wanneer vermoed ik resistentie? |
Er wordt vaak gedacht dat schapen ziek worden van maagdarmworminfecties
als er sprake is van wormresistentie. Dit is niet zo. Een beginnende wormresistentie
manifesteert zich vaak in een matige productie van de dieren ondanks ontwormen
en kan lastig te onderkennen zijn. |
| |
| Er is vermoeden van wormresistentie als: |
- lammeren onvoldoende groeien net na het spenen.
- lammeren onvoldoende groeien zelfs na herhaald toedienen van ontwormingskuren.
Door de onvoldoende werking neemt de hoeveelheid wormen op het land
snel toe
- er in de herfst teveel lammeren zijn die onvoldoende gegroeid zijn.
Dit zijn lammeren die vervolgens langer worden aangehouden en de
wormresistentie vervolgens overdragen aan de aan te dekken ooien.
Met als resultaat dat het volgend seizoen vaak onvoldoende lammeren
worden geboren.
|
Oorzaken dat een ontwormingsmiddel niet werkt |
Indien een ontwormingskuur niet werkt hoeft dit echter niet meteen te
betekenen dat we van doen hebben met resistente wormen. Oorzaken als onderdosering
doordat het gewicht van de schapen te laag is ingeschat of doordat gebruik
wordt gemaakt van een slecht onderhouden doseringspistool moeten eerst
worden uitgesloten. Verder moet men geen verlopen ontwormingsmiddelen
gebruiken en de middelen op een door de fabrikant aangeven wijze bewaren
(juiste temperatuur en geen direct zonlicht). |
| |
| Hoe kom ik er achter of
er echt wormresistentie is onder mijn kudde? |
Wilt
u na een behandeling weten of de behandeling daadwerkelijk geholpen heeft?
Dan kunnen wij de Worm Ei Reductie Test (WERT) uitvoeren, waarbij
ook de worm eitelling techniek wordt gebruikt.
Door
de steeds groter wordende problemen met wormresistentie adviseren wij
om de effectiviteit van uw ontwormingsmiddelen tenminste elke 2 jaar,
maar beter elk jaar, te testen. |
| |
| Om
wormresistentie buiten de deuren te houden adviseren wij u het volgende: |
| Geef
alleen ontwormingskuren in de juiste dosering en als uw schapen
aantoonbaar wormen hebben (=positief mestonderzoek). |
| Voeg
nieuwe schapen niet zomaar bij de andere schapen! Nieuwe schapen
moeten in quarantaine (aparte huisvesting). Zorg dat het strooisel van een quarantaine stal niet op de wei komt. |
- Behandel
nieuwe aangevoerde schapen met 2 ontworminsgmiddelen;
een middel uit groep 2 en een middel uit groep 3.
- Houdt
de dieren na behandeling nog tenminste 48 uur ter plekke.
- Schaar
de dieren daarna uit op een besmette weide voor
tenminste 3 weken. Daarna kunt u de nieuwe dieren bij
de andere dieren voegen.
- Controleer
eventueel 14 dagen na behandeling via mestonderzoek of de ontwormingskuur
geholpen heeft. Daarna kunnen de dieren uit quarantaine.
|
|
|